Dutch Placement Test B1 levelDutch Course Eindhoven2018-07-03T10:34:03+00:00

Dutch Academy Eindhoven Placement Test B1 level (82 questions)

Dutch Academy Eindhoven Placement Test B1 Level

Please take note, you can take this test only one time!

1. Mijn vriend en ik ....

2. Hoe laat is het?

3. Welke zin is correct?

4. Wat (willen) jij eten?

5. Mijn vrouw is .... Ik heb een .... vrouw.

6. Peter werkt altijd donderdag.

7. Ik heb een klein ......

8. Welke zin is correct?

9. Ik ken .... boek, maar .... boeken ken ik niet.

10. Dit huis is .... Dat is een .... huis.

11. Dat is een mooi .......

12. Waar (wonen) je vriend?

13. Welke zin is correct?

14. De winkel is gesloten 1 mei.

15. Welke zin is correct?

16. Welke zin is correct?

17. De spiegel hangt de muur.

18. Waar is mijn geld?

19. Welke zin is correct?

20. Welke zin is correct?

21. Welke zin is correct?

22. Welke vraag is correct?

23. Welke vraag is correct?

24. Welke zin is correct?

25. Welke zin is niet correct?

26. 389-4=

27. 769-2=

28. Hoe laat is het?

29. Wanneer (beginnen) jullie vakantie?

30. Welke zinnen zijn correct?

31. Welke zin is correct?

63. Welke zin is correct?

33. Welke zin is correct?

34. Welke zin is correct?

35. Welke zin is correct?

36. Welke zin is correct?

37. Welke zin is correct?

38. Welke zin is correct?

39. Willem spreekt goed Nederlands. Hij is de (goed) van onze klas!

40. Welke zin is correct?

41. Welke zin is correct?

42. Welke zin is correct?

43. Mijn vriend is aan het koken. Wat betekent deze zin?

44. Welke zin is correct?

45. Welke zin is correct?

46. Welke zin is niet correct?

47. Welke zin gaat over de toekomst?

48. Welke zin gaat niet over de toekomst?

49. Wie is klaar met de oefening?

50. Jij bent op bezoek bij jouw buren. Jullie zitten aan de eettafel. Jij bent klaar met het eten. Wat zeg jij?

51. Jij komt bij de winkel. Vandaag is zondag. De deur van de winkel is dicht. Wat betekent dit?

52. Wij naar Eindhoven gereden.

53. Welke zin is correct?

54. Welke zinnen zijn correct?

55. Hoe laat zal het eten klaar zijn?

56. Wanneer gebeurt dit?

A. Maxima heeft haar huiswerk gemaakt
B. Maxima is haar huiswerk aan het maken
C. Maxima gaat haar huiswerk maken
D. Maxima is bezig met haar huiswerk
E. Maxima zal haar huiswerk maken

 

57. Wanneer gebeurt dit?

A. Willem zal een auto stelen
B. Willem is bezig met het stelen van een auto
C. Willem gaat een auto stelen
D. Willem is een auto aan het stelen
E. Willem heeft een auto gestolen

58. Welke zin is correct?

59. Morgen zal mijn vriend ........ fiets aan ........ teruggeven.

60. Ik ..... naar Eindhoven gelopen. Ik ..... 2 uur gelopen.

61. Vorig jaar (werken) ik bij een ander bedrijf.

62. Tien jaar geleden (gaan) ik naar school.

63. In 2005 (wonen) Peter in het buitenland.

49. Hij (kunnen) praten.

65. Hoeveel vingers heb jij?

66. Welke zin is correct?

67. Welke zin is niet correct?

68. Zit jij op de stoel?

69. Ben jij naar het festival geweest?

70. Ik heb geen tijd,

71. Wil je koffie of

72. Welke zin is niet correct?

73. Welke zin is correct?

74. Als jij morgen komt,

75. Wij spreken niet goed Nederlands, omdat

76. Wij spreken niet goed Nederlands, omdat

77. Welke zin is niet correct?

78. Welke zin is het meest beleefd?

79. Ik ga naar de cursus om...

80. Ik probeer vandaag

81. Wij zitten vandaag al de hele dag

82. Welke vraag is correct?


Voornaam en Achternaam
Email